Onze aankomst in Vík í Mýrdal, héél vroeg in de morgen, was spectaculair. Alleen zijn in dit landschap van fjorden, met het geluid van de golven en zeevogels om je heen, was geweldig. Hier woont het bizarre aantal van driehonderd mensen, die volgens mij allemaal nog in bed lagen. Het deed me denken aan het vissersdorpje Whitby in Engeland, waar we vroeger vaak heen gingen. Mijn oog viel op een bijzonder vreemde golfbaan, die aan de fjorden aangelegd was en zo de kustlijn het dorpje in volgde. Het lijkt me, denkend aan hoe het weer hier kan zijn, soms onmogelijk om überhaupt aan deze golfbaan te spelen.
Onze tocht hiernaartoe was een vrij rustige. We kwamen vanuit Kirkjubæjarklaustur en hadden te maken gehad met gemixte weercondities, natuurlijk. Het lijkt erop alsof een of andere God hierboven ons steeds wil waarschuwen: IJsland is een ruig land, je kunt er niet mee spotten. En dat hebben we dan ook aan den lijven ondervonden in deze tijd; het was soms echt moeilijk om beschutting tegen de enorme harde wind te vinden, ook op de campings. Maar goed, we wisten van tevoren natuurlijk dat we dit moesten verwachten.
Vík, of voluit, Vík í Mýrdal, is een dorpje gelegen in het verre zuiden van IJsland. In dit minidorpje is nog verbazingwekkend veel te doen voor een reiziger. Het zwarte strand van Vík is prachtig en vanuit daar heb je een super uitzicht over de Reynisdrangar, een drijvende gletsjer. De bewoners vertelden ons alweer een sprookje; rond de gletsjer zouden trollen leven die de zee hier super wild en gevaarlijk maken. Dat is waarschijnlijk een mythe, want in al die tijd hier heb ik nog geen elfjes en trollen gezien, maar ik geloof alle IJslanders op hun woord als het om het weer draait. Het lijkt wel alsof ze allemaal metreologen zijn hier. We hebben dus ook niet geprobeerd of de zee hier wel of niet wild was. Het was weer zo mooi om een tijdje naar dit uitzicht te staren. Het Island Magazine, een Amerikaans blad, heeft dit strand ooit uitgeroepen tot één van de mooiste ter wereld. Dat zegt toch wel iets en het is zeker waar, ondanks dat deze plek wel bekend staat als de natste van IJsland, en dat is juist het tegenovergestelde van wat je op een strand zoekt. Maar wij hadden een supertijd hier, zeker omdat er vrijwel geen toeristen waren.
Dicht bij Vík ligt de indrukwekkende Mýrdalsjökull, een vulkaan. Deze is erg gevaarlijk, want ongeveer om de veertig jaar spuwt ie lava. Alleen, de afgelopen negentig jaar is dit niet gebeurd. En dat betekent dat er nu, zeker na de uitbarsting van de veel kleinere Eyjafjallajökull, goed op gelet wordt. Een vulkaan bezoeken is één ding, er naast wonen is een tweede. IJsland kreeg een hevige klap na de uitbarstingen van de Eyjafjallajökull dit jaar. Maar als déze vulkaan weer uitbarst, dan kan het zijn dat door alle lava het gehele dorp wordt weggevaagd en dit is natuurlijk een enorme zorg voor de lokale bevolking in Vík. De kerk van dit dorpje staat op een heuvel en iedereen kan deze kerk zien. Er wordt gezegd dat de kerk het enige gebouw is dat overeind kan blijven staan, dat kan overleven, als de vulkaan hier uitbarst. En dus hebben de inwoners van Vík, net zoals wij wel eens brandoefeningen doen, eens in de zoveel tijd een evacuatie oefening. Dan rennen ze met z’n allen zo snel mogelijk naar die kerk.
Dat hadden wij wel willen zien, óf we hadden wel mee willen doen, maar helaas, de bewoners hielden zich koest toen wij er waren. En dus hebben we al onze tijd gewoon relaxed doorgebracht, en dat hadden we ook wel nodig na al die weken fietsen. Ik kan dit dorpje echt aan iedereen aanbevelen.
IJslandse les: eten en drinken
ávaxtasafi – vruchtensap
bjór – bier
gos – frisdrank
kaffi – koffie
kók – Coke, cola
mjólk – melk
léttmjólk – geschuimde melk
te – thee
vatn – water
vín – wijn
hvítvín – witte wijn
rauðvín – rode wijn
+öl – bier, ale
beiskur – bitter
bragðgóður – smakelijk
bragðvondur – niet lekker
feitur – vet
ferskur – vers
harður – hard
hrár – rauw
magur – mager
meyr – zacht
mjúkur – zacht
safaríkur – fruitig
seigur – moeilijk te eten
saltur – zoutig
stökkur – crispy
súr – zuur
sætur – zoet
þurr – droog
Geschreven door: Tom Cartledge
Vertaald door: Loes van de Ven